“Partijdigheid”

Toen ik voor cliënt de echtscheiding behartigde vijf jaar geleden, had cliënt reeds het vermoeden dat zijn ex-vrouw een nieuwe relatie had en dat zij al zeer vaak bij elkaar verbleven. Omwille van de kinderen ging cliënt akkoord om een aanzienlijk bedrag aan kinder- en partneralimentatie te betalen.

De afgelopen vijf jaren heb ik cliënt vaker aan de telefoon gehad en gevraagd of zijn ex-vrouw nog een relatie had, waarop het antwoord bevestigend was. Hoewel hij zich stoorde aan het feit dat zijn ex-vrouw al die tijd al samenwoonde met haar nieuwe partner en hij toch een groot bedrag iedere maand aan partneralimentatie aan haar moest overmaken, woog dit volgens hem niet op tegen een nieuwe procedure met alle advocaatkosten en griffierecht van dien.

Nadat cliënt vijf jaar lang iedere maand de partneralimentatie onder protest had betaald en zijn kinderen bijna de leeftijd van 18 jaar hadden bereikt, kon ik cliënt ervan overtuigen een recherchebureau in te schakelen om aan te tonen dat zijn ex-vrouw nog steeds samenwoonde met haar partner.

Zelfs nadat het rechercherapport onomstotelijk liet zien dat de ex-vrouw en haar partner constant bij elkaar verbleven, bleef de ex-vrouw ontkennen dat zij samenwoonde. Cliënt moest maar gewoon de partneralimentatie blijven betalen.

Hoewel het moeilijk is om bij de rechter aan te tonen dat iemand echt samenwoont, wilde cliënt op mijn advies toch het risico van een procedure nemen omdat hij het geld, wat hij aan partneralimentatie betaalde, liever aan zijn kinderen wilde besteden. Daaropvolgend zijn wij een kort geding begonnen en hebben wij de rechter gevraagd om partneralimentatie met onmiddellijk ingang te schorsen. De rechter was het zelfs in kort geding met cliënt eens dat er sprake was van samenleving in de zin van de wet, waardoor cliënt de partneralimentatie niet meer hoefde te voldoen.

Wat was cliënt blij dat hij toch die stap had genomen.

Advocaat die deze zaak behandeld heeft:
Mr. I.F.H. Nelissen